Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is de inspiratiebron voor iedereen die geïnteresseerd is in de wetenschap! Bijna 12.000 vragen die de Nederlandse bevolking heeft gesteld aan de wetenschap zijn samengevat in 140 clustervragen. Met hulp van experts uit kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven zijn deze vragen vervolgens uitgewerkt in 25 onderzoekbare thema’s, zogeheten routes.

De 25 routes staan beschreven in het Portfolio voor onderzoek en innovatie. Dit portfolio identificeert terreinen waarop Nederland bij uitstek verschil kan maken en comparatieve voordelen heeft ten opzichte van het buitenland. Het geeft een overzicht van kansen op wetenschappelijke doorbraken en op het vinden van antwoorden op maatschappelijke uitdagingen en economische kansen. Het presenteert dan ook een ambitieuze en grondig onderbouwde agenda voor investeringen in onderzoek en innovatie.

Samen met haar partners uit de Kenniscoalitie is de Nationale Wetenschapsagenda vertaald naar een Investeringsagenda. Deze heeft twee componenten:

  • ‘Spankracht’ geeft de thematische prioriteiten aan;
  • ‘Draagkracht’ adresseert het belang om in de volle breedte van het wetenschappelijk onderzoek een solide kennisbasis te onderhouden en uit te bouwen.

De Kenniscoalitie pleitte er in 2016 voor om jaarlijks 1 miljard euro extra te investeren in wetenschappelijk onderzoek.


Kader: wetenschapsvisie, opdracht

 

Wetenschapsvisie
In november 2014 publiceerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Wetenschapsvisie 2025; keuzes voor de toekomst met daarin een schets van de (gewenste) toekomst van de wetenschap in Nederland. De wetenschap moet zich nog sterker dan voorheen richten op grote maatschappelijke vraagstukken. Samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, bedrijven en wetenschappelijke instellingen is onmisbaar om kennis te doen circuleren. Het gezamenlijk formuleren van een Nationale Wetenschapsagenda moet een belangrijke bijdrage leveren aan die uitwisseling van kennis.

Opdracht aan kenniscoalitie
Een kenniscoalitie bestaande uit VSNU, KNAW, NWO, Vereniging Hogescholen, TO2, VNO-NCW en MKB-Nederland is gevraagd om het initiatief te nemen voor de ontwikkeling van een Nationale Wetenschapsagenda. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Economische Zaken treden namens het kabinet op als opdrachtgever van de kenniscoalitie. Vanuit de kenniscoalitie is een stuurgroep ingesteld die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de Nationale Wetenschapsagenda. De stuurgroep stond onder voorzitterschap van de hoogleraren Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan. Inmiddels is het voorzitterschap overgedragen aan Louise Gunning.

Doorwerken in bestaand beleid
De Nationale Wetenschapsagenda zoekt aansluiting bij bestaande onderzoeksagenda’s zoals het Europese onderzoeksprogramma Horizon2020. Op de korte en middellange termijn zal de Nationale Wetenschapsagenda doorwerken in de profilering van de universiteiten en hogescholen, de programmering van de partners van de kenniscoalitie, de ontwikkelingsrichting van de nationale onderzoeksinstituten en in investeringen in grote onderzoeksfaciliteiten. De agenda wordt eens in de zeven jaar vernieuwd.